< Terugkeer

Accijnshervorming en 6% btw voor elektriciteit en gas

Mis à jour le : 06/01/2025

Op 1 april 2023 is de hervorming van de belasting op de energiefactuur in werking getreden.

De hervorming legt de btw op gas en elektriciteit definitief vast op 6%, maar verhoogt meteen ook de accijnzen.

De nieuwe regeling heeft enkel betrekking op de hoeveelheid kWh die vanaf 1 april 2023 wordt verbruikt. De wijziging zal pas zichtbaar zijn op de regularisatiefactuur of eindafrekening, en niet op de tussentijdse of voorschotfacturen.

Accijnzen zijn belastingen met een impact op het verbruik van bepaalde producten. De accijnzen worden vastgelegd op basis van de verbruikte hoeveelheid, en dus niet in functie van de prijs van het product zoals dat het geval is bij btw.

Wat verandert er nu concreet op de factuur ?

Volgens het kabinet van de minister betekenen de nieuwe accijnzen voor een gemiddeld huishouden een jaarlijkse verhoging van ongeveer 237,50 euro ten opzichte van de huidige situatie. Maar als de btw opnieuw 21% zou bedragen, gaat het om een besparing van 605 euro. Met andere woorden, de verhoging als gevolg van de accijnsregeling wordt in zekere zin opgevangen door de verlaging van de btw naar 6%.

Hoe worden de accijnzen berekend ?

Het systeem is ingewikkeld, en we zullen het pas eenvoudiger kunnen verduidelijken zodra we over de eerste facturen met toepassing van de accijnzen beschikken.

Momenteel onthoud je in het kader van residentieel verbruik de volgende regeling:

Basisprincipe

De accijnzen worden op kwartaalbasis vastgelegd door de minister van Financiën.

Voor gas zijn er twee accijnsschijven.
De schijven die van toepassing zijn op het verbruik:

  • Schijf 1: tussen 0 en 12.000 kWh/jaar.
  • Schijf 2: boven 12.000 kWh/jaar.

Om een voorbeeld te geven, voor een verbruik van 17.000 kWh zou de accijns bedragen:

  • 0,04 euro per kWh voor de eerste 12.000 kWh (schijf 1),
  • 0,06 euro per kWh voor de resterende 5.000 kWh (schijf 2).

Opgelet : dit zijn fictieve bedragen.

Voor elektriciteit zijn er meer schijven, maar voor residentiële verbruikers zijn enkel de eerste twee relevant:

  • Schijf 1: tussen 0 en 3.000 kWh/jaar.
  • Schijf 2: tussen 3.000 en 20.000 kWh/jaar.

Mensen die genieten van het sociaal tarief voor elektriciteit betalen tot 30 juni 2023 geen accijnzen op hun elektriciteitsverbruik. Na deze datum betalen zij lagere accijnzen voor hun volledige verbruik (ongeveer de helft van de normale accijns die voorzien is voor de eerste schijf). Voor hen zullen er dus nooit schijven van toepassing zijn.

Aanpassing in functie van de groothandelsprijzen

Als de prijzen op de groothandelsmarkt een bepaald niveau (250 euro per MWh voor elektriciteit en 100 euro voor gas) overschrijden, dan worden de accijnzen verlaagd voor de eerste kWh per jaar (eerste 3.000 kWh voor elektriciteit en eerste 12.000 kWh voor gas).

Als de groothandelsprijs van gas daarentegen onder de 45 euro per MWh zakken, dan worden de accijnzen verhoogd voor de kWh per jaar die het basisverbruik (12.000 kWh) overschrijden. De accijnzen worden echter niet verhoogd in geval van een eventuele daling van de groothandelsprijs van elektriciteit.

In de tweede helft van maart schommelde de groothandelsprijs van gas rond 42 euro per MWh. Als dit prijsniveau aanhoudt, zullen de accijnzen dus snel verhoogd worden.
Het Steunpunt SocialEnergie wijst er nogmaals op dat bij vele huishoudens het verbruik hoog ligt omdat hun woning niet goed geïsoleerd is. In het Brussels Gewest behoort 45% van de gebouwen tot de laagste twee energieklassen (EPB F en G).
Het gasverbruik van deze huishoudens zal de voorziene bovengrens voor het basisverbruik dan ook snel overschrijden. Bovendien is de voorziene bovengrens van 12.000 kWh per jaar voor gas zeer laag, aangezien het gemiddelde jaarlijkse verbruik van een gezin van vier personen tussen 17.000 en 23.000 kWh per jaar ligt.